Op de vooravond van de twintigste eeuw bruist Brussel als nooit tevoren. De stad wordt mooier onder impuls van koning Leopold II, nieuwe wijken worden verkaveld in vroegere randgemeentes zoals Elsene, Schaarbeek of Sint-Gillis, waarvan de grenzen in deze van Brussel zelf lijken over te gaan.

Als vanzelf trekken de gegoede burgers, de handelaars en de kunstenaars hun huizen op in de modestijl van dat ogenblik : de Art Nouveau. De stijl ontstond in 1893, op aanzet van twee architecten, Victor Horta en Paul Hankar : het Tassel Huis en de privé-woning van Hankar zijn de eerste tekenen van een nieuwe esthetische invulling. De toepassing van metalen structuren biedt ongeziene en gedurfde mogelijkheden, omdat ze de gevels en het interieur opentrekken zodat het licht volop binnen kan stromen. Drie soorten motieven voeren de boventoon : de arabesk, de plant of het dier en het vrouwensilhouet. Rond de eeuwwisseling worden de vormen, onder invloed van de Weense Sezessionstil, geometrischer en zijn combinaties van cirkels en vierkanten schering en inslag.

Honderden huizen, maar ook scholen, cafés en winkels wedijveren met elkaar in originaliteit. Ambachtelijk ijzersmeedwerk, houtbewerking, glasramen en mozaïek scheren hoge toppen van kwaliteit. De constructies van Strauven, Vizzavona, Hamesse, Sneyers, Cauchie en vele anderen maken van Brussel een Europese hoofdstad van de Art Nouveau, naast Wenen en Barcelona.

De sierkunsten blijven niet achter : de affiche, de edelsmeedkunst, de sieraden, de keramiek en het glaswerk krijgen hun plaats in de artistieke salons, vooral deze van ‘Le Groupe des XX’ en van ‘La Libre Esthétique’. Onder invloed van de Engelse Arts and Crafts, van William Morris en van Japan, komen de vroeger vaak minder hoog aangeslagen sierkunsten nu op gelijke voet met de Schone Kunsten : de decoratieve gehelen van Serrurier-Bovy en van Van de Velde, de affiches van Crespin en van Privat Livemont, de juwelen van Philippe Wolfers, de keramiek van Finch en van De Rudder fleuren het dagelijks leven op. Artikels in de decoratietijdschriften die in die tijd het licht zagen, verdedigen de kunst in alles en, zo mogelijk, voor allen.

De Art Nouveau zal slechts een tiental jaren bloeien om dan door de – in Brussel ook zeer rijke - Art Deco gevolgd te worden, maar leeft nog sterk in vele straten van de Belgische hoofdstad.

Om volop van te genieten tijdens uw volgende wandelingen…

Françoise Aubry Conservatrice van het Horta Museum